Niet verlengen arbeidsovereenkomst zwangere werkneemster leidt tot schadevergoeding

23-12-2017 — Werkgever moet schadevergoeding betalen omdat hij een tijdelijke arbeidsovereenkomst wegens de zwangerschap van werkneemster niet verlengde. Dit oordeelde de kantonrechter van de Rechtbank Limburg op 13 december 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:12124).

De feiten

Werkneemster is op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden van de werkgever. De arbeidsovereenkomst wordt voor eenzelfde periode verlengd. Een paar maanden voor het einde van de tweede arbeidsovereenkomst heeft de leidinggevende met werkneemster het maandelijkse gesprek over de urenverantwoording. Tijdens dat gesprek komt de zwangerschap van werkneemster ter sprake en vraagt de leidinggevende zich af of werkneemster in staat is haar werk te combineren met de zwangerschap en hoe het zal gaan als zij haar kind moet gaan verzorgen. Werkneemster heeft het gesprek heimelijk opgenomen. De arbeidsovereenkomst eindigt een paar maanden na het gesprek zonder dat de werkgever bereid is deze nogmaals te verlengen.

Werkneemster start een procedure bij de kantonrechter en stelt dat de werkgever jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door haar arbeidsovereenkomst niet te verlengen wegens de zwangerschap. Volgens werkneemster heeft de werkgever daarmee inbreuk gemaakt op het in de Grondwet verankerde recht op gelijke behandeling. Werkneemster stelt dat als zij niet zwanger zou zijn geweest de arbeidsovereenkomst was omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zij vordert een vergoeding voor het verlies aan inkomsten dat zij gedurende een periode van vijf jaren zal hebben. Ook vordert werkneemster een bedrag van Euro 5.000,- aan immateriële schadevergoeding.

De werkgever betwist dat de zwangerschap de reden was voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Volgens de werkgever was het functioneren van werkneemster de enige reden om het dienstverband niet te verlengen. Ook stelt de werkgever dat werkneemster tijdens het maandelijkse gesprek over de urenverantwoording om strategische redenen het gesprek bewust naar de zwangerschap heeft gestuurd en daarmee de leidinggevende voor het blok heeft gezet uitspraken te doen waarop hij niet was voorbereid. De werkgever vindt dit onbetamelijk. Verder voert de werkgever aan dat indien er al verlenging van de arbeidsovereenkomst zou hebben plaatsgevonden, die hooguit voor eenzelfde periode zou zijn geweest en dat zeker niet was overgegaan tot een vaste aanstelling.

Oordeel kantonrechter

Uit het opgenomen gesprek tussen de leidinggevende en werkneemster blijkt volgens de kantonrechter dat de zwangerschap van werkneemster de belangrijkste reden voor de werkgever was om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de werkgever onrechtmatig heeft gehandeld jegens werkneemster en schadeplichtig is.

De kantonrechter is echter van oordeel dat er geen bewijs is voor de stelling van werkneemster dat er een vast contract zou zijn gegeven als zij niet zwanger zou zijn geweest. Het ligt het meest voor de hand dat indien er geen belemmering van zwangerschap in het spel zou zijn geweest, de arbeidsovereenkomst zou zijn verlengd voor de maximaal wettelijk toelaatbare periode. Dit leidt de kantonrechter af uit de uitlatingen van de leidinggevende tijdens het bewuste gesprek met werkneemster. De kantonrechter acht de werkgever daarom schadeplichtig voor het verschil tussen hetgeen werkneemster na het einde van haar arbeidsovereenkomst aan uitkering van het UWV heeft ontvangen en hetgeen door de werkgever zou zijn uitbetaald aan salaris bij verlenging van het dienstverband voor bepaalde tijd. Aangezien de uitkering die werkneemster heeft ontvangen vrijwel gelijk is aan het loon dat werkneemster zou hebben ontvangen als haar contract voor bepaalde tijd zou zijn verlengd, is geen sprake van inkomensschade en wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van materiële schadevergoeding af.

Het feit dat de werkgever inbreuk heeft gemaakt op een grondrecht waardoor hij jegens werkneemster een norm heeft overschreden, leidt er wel toe dat de kantonrechter de vordering tot betaling van immateriële schadevergoeding toewijst. Bij de vaststelling van de hoogte van de immateriële schade houdt de kantonrechter rekening met de gedragingen van werkneemster tijdens het gesprek met de leidinggevende. De kantonrechter acht de manier waarop werkneemster het bewijs van haar stelling heeft verkregen in de gegeven situatie weliswaar toelaatbaar, maar het staat volgens de kantonrechter vast dat de uitkomst van het gesprek anders zou zijn geweest indien werkneemster uitdrukkelijk melding had gemaakt van hetgeen zij met de leidinggevende in het maandelijkse gesprek wilde gaan bespreken. Daarom matigt de kantonrechter de immateriële schadevergoeding die de werkgever aan werkneemster moet betalen tot een bedrag van Euro 1.000,-.

Conclusie

Een werkgever die een arbeidsovereenkomst niet verlengt omdat de werkneemster zwanger is, handelt in strijd met de wet. In geval van zwangerschapsdiscriminatie kan de werkneemster schadevergoeding bij de rechter claimen. De werkgever kan dan veroordeeld worden tot het betalen van materiële en/of immateriële schadevergoeding aan de werkneemster. Vaak leggen werkneemsters zich echter neer bij zwangerschapsdiscriminatie. Deze uitspraak laat zien dat een beroep op de gelijke behandelingswetgeving succesvol voor de werkneemster kan zijn.

De informatie in deze blog is bedoeld als algemene informatie en niet als juridisch advies van welke aard dan ook (lees de disclaimer)